Logo rijssensnieuwsblad.nl


De Haar in Rijssen.
De Haar in Rijssen.

'Een huis, niet met handen gemaakt'

door Robert van Kralingen

In de latere levensjaren mag Hendrina ten Bolscher-Ligtenberg ('zwakke Dina') van de Heere rijke lessen leren. Haar ziel wordt vrijgesproken van schuld en straf. Nadrukkelijk bepaalt de Heere haar bij Deuteronomium 33 vers 27: 'De eeuwige God zij u een Woning; en van onder, eeuwige armen.' Over deze zaken in haar leven schrijft de bekende Scherpenzeelse ouderling B. Roest in een brief aan een van zijn vrienden: 'U wil ik mijn belofte vervullen en u schrijven over dat vrouwtje te Rijssen. Mijn zielsvriendin. Zij is waarlijk zalig en zoet gered, is verlost, God heeft haar welgedaan. Haar weeklacht en geschrei verandert in een blijde rei, haar zak ontbonden en zij is met blijdschap omgord. Verlost uit de gevangenis, tot roem Zijns Naams Die heerlijk is. Haar ziel is tot ruste gekomen. Zij was de laatste tijd zo aangebonden, een diep Godsgemis, een heimwee, de schuld drukte, de liefde trok. De Heere had haar met nieuwjaar beloofd een erfdeel te geven onder de geheiligden. Hij heeft vervuld. Zij had vroeger met Jakob een Bethel en nu kreeg zij een Pniël. De belofte heeft God heerlijk vervuld.'Als Dina eens ernstig wordt bestreden en zichzelf afvraagt hoe het nu toch verder moet, vraagt ze de Heere: 'Heere, heeft U mij nog lief?' Dan antwoordt de Heere haar uit Jeremia 31 vers 3b': 'Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb ik u getrokken met goedertierenheid.

In het natuurlijke is Dina erg zwak. Mede daardoor is zij van het maatschappelijke leven zo goed als uitgesloten. Ook is het haar onmogelijk om 's zondags de kerkdiensten bij te wonen. Voor zover haar zwakke hoofd het toelaat, leest zij dan de oudvaders. Vanwege haar zwakke gezondheid wordt zij ook wel 'zwakke Dina' genoemd, dit in tegenstelling tot haar zuster Diene, die een ijzersterk gestel heeft en vanwege haar postuur ook wel 'lange Diene' wordt genoemd. Na de geboorte van haar jongste dochter raakt Dina hulpbehoevend en is zij grotendeels aan stoel en bed gebonden. Soms is zij zo zwak, dat ze haar haar zelfs niet kan kammen. Als ze in de zomer van 1943 hoort dat haar zielsvriendin Mientje Vrijdag op sterven ligt, wordt ze er met een koets heengebracht. Met de woorden: 'Dina, heb zeer goede moed' neemt Mientje afscheid van haar. Anderen van Gods volk met wie Dina contact heeft, zijn onder meer Janna Schreurs-Smeijers, Dika Egbertsen-van de Riet ('Duuskers-Dika'), Dina Groothuis-Schreurs ('Diene van Eawrt') en Janna Poortman ('Jannao van 'n Heedt'). Na een periode van afnemende krachten overlijdt Dina op 14 januari 1965. Vijf dagen later wordt ze vanuit de Noorderkerk begraven. Tijdens de rouwdienst spreekt ds. A. Bregman over 2 Korinthe 5 vers 1: Want wij weten dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig, in de hemelen.'

reageer als eerste