Logo rijssensnieuwsblad.nl


Veehandelaren op de veemarkt te Rijssen.
Veehandelaren op de veemarkt te Rijssen. (Foto: Kerk in beeld)
Kerk in beeld

'Wie is dat toch, die daar zo schreeuwt?'

Af en toe vertelt hij ook iets uit zijn eigen leven: 'O, ge kunt uw leven wel verslingeren in de wereld. Ik heb drieëntwintig jaar de spot gedreven en de mensen laten lachen dat ze van hun stoel op de grond nederzakten. Maar toen de zonde mij zonde werd, heb ik anderhalf jaar lang honderden malen gelopen van Kijkduin naar Den Helder, en heb ik in die anderhalf jaar meer geweend dan in drieëntwintig jaar gelachen.'

Door Robert van Kralingen


RIJSSEN - Omdat ds. Honkoop als veekoopman af en toe een fors stemgeluid moest produceren, blijft hem dat als predikant parten spelen. Op een morgen gaat hij op bezoek bij enkele mensen die aan de Dannenberg wonen. Terwijl hij nog buiten is, hoort hij dat ze binnen naar een preek zitten te luisteren. De stem van de voorganger komt hem echter niet bekend voor. Nog voordat hij de mensen heeft gegroet, vraagt hij bij binnenkomst: 'Wie is dat toch, die daar zo verschrikkelijk schreeuwt?' Met de nodige schroom wordt hem geantwoord: 'Dat bent u, dominee.' Ook zijn vrouw is van mening dat hij rustiger moet doen. Met een flinke zakdoek veegt zij haar gezicht af als haar man tijdens het preken zachter moet spreken.

Een van de collegapredikanten in Rijssen is ds. W. van Tuyl, predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk. Omdat hij veel over ds. Honkoop heeft gehoord, wil hij hem zelf ook weleens gaan beluisteren. Als aan hem na afloop van de dienst in de Walkerk wordt gevraagd wat hij van de preek vond, antwoordt hij: 'Voor exegese krijgt hij een drie, maar voor zijn Christusverkondiging een tien plus.'
Rouw-, trouwdiensten en de consulentgemeente vragen de nodige aandacht. Het pastorale werk in de gemeente komt hierdoor in het nauw. Enkele kerkenraadsleden zijn van mening dat ds. Honkoop in het pastorale werk te kort schiet. Zij zijn van mening dat de dominee wel vaker in de gemeente te vinden mag zijn. Met het plan om hem hierover aan te spreken gaan ze naar de pastorie. Zijn vrouw vertelt hen dat haar man in de tuin is. Als de broeders achterom gaan, is ds. Honkoop nergens de bekennen. Bij zijn tuinkas treffen zij hem op zijn knieën liggend aan en horen ze hoe hij de noden en zorgen van de gemeente aan de Heere opdraagt en worstelt om het behoud van zielen.

Aan de militairen in Indië schrijft ds. Honkoop op 30 maart 1949: Zeer geachte vrienden, Het doet mij genoegen je weer eens te kunnen schrijven. En dit temeer, nu ik enkele weken niets heb mogen verrichten, omdat mijn lichaam in overspannen toestand verkeerde.

Ik vind het echter vervelend dat ik er zo weinig van jullie ken. Naar onbekende schrijven is dood en naar; toch zal ik trachten er wat van te maken. De zoon van Baan uit de Molenstraat hoopt, zodra hij wat aangesterkt is, naar Holland terug te keren. Wat zijn Gods goedertierenheden groot over jullie.

Reageer als eerste